De Gelderse Draak

  1. Voor volk noch vee
    een veilig thuis;
    op gebeente verbrijzeld
    in ’t barre oord,
    de draak verdoken
    bij d’oude eik,
    het zwerk gevuld
    met zwarte nevels.

  2. Hoe gutste de gal
    uit grauwe muil!
    De dool der draak,
    bedreiging groot,
    doof voor gebeden,
    brenger van kwaad,
    het geprevel der priesters
    proefde naar angst.

  3. Durf was dringend,
    een duchtige slag;
    eens en voor al
    het ondier te lijf!
    De heren van Pont
    hieven het zwaard;
    voor volk en grond,
    vrij van onheil.

  4. Wichard en Lupold,
    op leven en dood,
    beslopen het beest,
    op slachting tuk.
    Gulzig en gram,
    groot hun nijd,
    machtig het houwen
    van magisch staal.

  5. De glans der strijd
    in gapende wond.
    Gelre! Gelre!
    galmde ’t rond.
    De draak was dood,
    drink zijn bloed!
    Leve Lupold!
    Leve Wichard!

  6. Broeders in bloed,
    beten zich vast,
    de romp was gereten,
    rood was al.
    De zwanen der krijg
    zwolgen in sap,
    in vijvers van bloed,
    baadden tevree.

Mark Bertszoon, juli 2017

1 reactie op ‘De Gelderse Draak

  1. Bovenstaande betreft een hervertelling van een oude sage. Daarbij wil ik een stijl hanteren, zoals Jan de Vries in zijn Edda-vertalingen en Tolkien in zijn “De Legende van Sigurd en Gudrún” tot uitdrukking bracht. Zoals een vriendin mij al teruggaf, is het werk tot nu toe veel te kort. Mijn doel is om wat ik tot nu toe heb te verbeteren en aan te vullen met conversaties en verdere gegevens. Daarvoor zijn nog wat studie-uren vereist.
    Ik houd mij aanbevolen voor verdere gegevens wat betreft de sage van de Gelderse draak.

Geef een reactie op ‘De Gelderse Draak’

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *